. .

The page is printed

Uiterst veilig

Railtransport: veilig transport

De combinatie van een uiterst betrouwbaar seinstelsel (dat een veilige afstand tussen opeenvolgende treinen garandeert) en automatische treinbeïnvloeding (ATB of ETCS) maakt van railtransport uiterst veilig transport.

De combinatie van een uiterst betrouwbaar seinstelsel (dat een veilige afstand tussen opeenvolgende treinen garandeert) en automatische treinbeïnvloeding (ATB of ETCS) die ingrijpt wanneer een machinist een sein negeert of met een te hoge snelheid rijdt, maakt van railtransport uiterst veilig transport. De wagons die DB Cargo gebruikt voor het vervoer van gevaarlijk stoffen zijn bovendien aan extra eisen met betrekking tot robuustheid onderworpen. Verplichte periodieke keuringen van locomotieven en wagons door een onafhankelijke instantie garanderen ten slotte een optimale conditie van de gebruikte transportmiddelen.

Wettelijke kaders

De wettelijke kaders waaraan DB Cargo moet voldoen zijn strikt en ondubbelzinnig. Er is duidelijk vastgelegd welke instanties de regels en voorschriften moeten opstellen en wie controleert of vervoerders zich er ook werkelijk aan houden. Doel van deze regels en voorschriften is risico’s en hinder voor de omgeving van het spoor tot een minimum te beperken én tegelijkertijd de veiligheid van het railsysteem en zijn gebruikers te waarborgen. De regels en voorschriften zijn opgebouwd uit vier onderling samenhangende delen.

In de eerste plaats is er de Spoorwegwet. Deze wet regelt onder meer de voorwaarden waaraan een railvervoerder en dus DB Cargo moet voldoen om op het railnet te worden toegelaten. Volgens de Spoorwegwet moet een railvervoerder in eerste instantie door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu worden erkend als bonafide vervoersonderneming. Daarbij spelen bijvoorbeeld criteria als kredietwaardigheid, deskundigheid en onbesproken gedrag een rol.

Om daadwerkelijk te kunnen rijden, moet een railvervoerder bovendien een veiligheidsattest van de Inspectie Leefmilieu en Transport hebben ontvangen. ILT houdt toezicht op de veiligheid op het spoor. Alleen de railvervoerder die voldoet aan een groot aantal technische en veiligheidseisen ontvangt een attest. Daarbij spelen vakbekwaamheid van het personeel en technische kwalificaties van het materieel een belangrijke rol. De toestemming om te mogen rijden met gevaarlijke stoffen is in dit attest speciaal aangegeven. Het attest geldt voor een beperkte periode. Voordat het attest afloopt, moet de vervoerder en dus ook DB Cargo, verlenging aanvragen. Om te komen tot verlenging vindt er een grondig en onafhankelijk onderzoek plaats.

In de derde plaats moet DB Cargo conform de spoorwegwet een toegangsovereenkomst met de inframanager ProRail sluiten. In die toegangsovereenkomst komen rechten en plichten van de vervoerder én de inframanager aan de orde. Zo kan de inframanager specifieke eisen stellen ten aanzien van de te berijden routes, de snelheid, het materieeltype, het geluidsniveau en soorten, respectievelijk hoeveelheden gevaarlijke stoffen. DB Cargo mag van zijn kant verlangen dat de spoorbaan technisch veilig is, dat de afgesproken dienstregelingspaden veilig ontworpen zijn (‘conflict vrije planning’)  en dat hij niet onnodig tot stoppen of wachten wordt gedwongen.

DB Cargo is daarnaast nog aan andere wetgeving onderworpen: de Wet Vervoer Gevaarlijke Stoffen. Een overkoepelende wet die ook geldt voor de binnenvaart en het wegvervoer. Naast een aantal algemene bepalingen, zoals bijvoorbeeld de meldingsplicht bij incidenten, zijn in deze wet de richtlijnen per vervoersmodaliteit in hoofdstukken weergegeven. Voor railvervoer geldt het VSG (Vervoer per Spoor van Gevaarlijke stoffen). Het VSG is nagenoeg volledig geënt op

het internationale RID (Règlement International concernant le transport des marchandises Dangereuses par chemin de fer). Het VSG voorziet in een classificatie van alle chemische én minerale producten die voor vervoer in aanmerking komen. Bovendien regelt het VSG in detail alle technische eisen waaraan verpakkingen van chemische producten – en dus ook de spoorwagons – moeten voldoen.

Onafhankelijk toezicht

In Nederland is er onafhankelijk toezicht op de totale spoorbranche. ILT controleert daarbij namens de Rijksoverheid of de complete spoorbranche (dus vervoerders én infrabeheerder ProRail) zich aan de wettelijke veiligheidsregels en procedures houdt. Onaangekondigde inspecties van cabines, gerichte steekproeven naar de technische staat van de gebruikte tankwagons, maar ook snelheidcontroles zijn middelen die de Inspectie daartoe veelvuldig hanteert. De ILT functioneert als een onafhankelijke dienst binnen het Ministerie en rapporteert rechtstreeks aan de Secretaris Generaal.

Laatst bijgewerkt: 19.04.2016

Naar het begin van de pagina